Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Gisteren stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AV/VN) met grote meerderheid voor een resolutie die zich keert tegen het Amerikaanse besluit tot erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israel. Negen landen steunden de VS, waaronder belastingparadijzen en micro-staatjes.

Chantage door VS heeft nog maar beperkte werking

De Amerikaanse regering onder president Trump houdt geen rekening met de effecten van zijn politiek op bondgenoten. “Buitenlandse politiek = binnenlandse politiek.” Voor de Israel-politiek van Trump zijn twee binnenlandse lobby’s doorslaggevend, de fundamentalistisch-christelijke lobby (de evangelicals) en de Amerikaans-joodse lobby voor Israel. De prijs die de VS betalen in de internationale gemeenschap speelt geen rol. In de AV/VN heeft de vertegenwoordigster van de VS, Nikki Haley wel onomwonden gedreigd met financiële consequenties voor landen die de resolutie zouden steunen. Haar baas Trump had de marsroute al aangegeven: “Laat ze maar tegenstemmen (de president bedoelt: tegen mij), zo sparen wij geld uit.” Zie het lijstje hierboven met de Goeden en de Kwaden en de voorzichtigen.

Een thermometer in de internationale verhoudingen

De resolutie is niet bindend. Volgens vrienden van Israel is het daarom symboliek. Dat klopt op de korte termijn en dat geldt overigens ook voor Trumps besluit om Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israel. Op de grond in Palestina verandert er in eerste instantie niets. In de internationale verhoudingen – die op de lange termijn doorwerken – verandert er wel wat. De eenzijdige steun van de VS voor Israel gaat niet langer verscholen achter het gordijn van een bemiddelaarsrol. Europa maar ook Arabische dictaturen kunnen zich niet meer verschuilen achter een door de VS geleid “vredesproces”. Voor ooit volgzame bondgenoten van Amerika zoals Duitsland en Groot-Brittannië, wordt het “het nieuwe normaal” om de VS te ergeren met afwijkend stemgedrag. Dat gaat ook doorwerken in de EU. Langzaam helaas, maar toch.

Chantage minder effectief, maar niet verdwenen

Een voorbeeld waar chantage werkt is de tweede termijn van de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten Zeid Ra’ad Al Hussein. Hij deelde mee niet op te gaan voor een volgende termijn van vier jaar omdat hij zich achter de schermen onder druk gezet voelt om zijn kritiek op de Amerikaanse president te matigen.

Zuid-Afrika laat zien dat pro-Israelische druk soms ook niet werkt. Het Palestijnse persbureau Ma’an berichtte gisteren dat het land de omvang van zijn ambassade in Israël terug brengt als protest tegen de actie van Trump. Zuid-Afrika sluit daarmee, op dit moment, aan op een kritische traditie die al door Nelson Mandela werd ingezet (en waarop diens kleinzoon voortbouwt).

Jordanië is een voorbeeld van een land dat klem zit tussen chantage en fatsoen. Het is financieel volledig afhankelijk van de VS en sloot daarom – 1994 – een vredesverdrag met Israel, met onder andere als gevolg dat het nauwelijks aan water kan komen. De woede onder de Jordaniërs over Jeruzalem is enorm. Toch blijft het (nog) rustig. De waterschaarste en de economie speelt een rol maar ook de vrees voor een optie die Israel nog altijd achter de hand houdt: het verjagen van honderdduizenden Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever over de grens naar Jordanië.

Conclusie:

Pleiten voor een boycot van Israel is tegen deze achtergrond een vreedzaam middel dat past in een democratie (en in Israel dus verboden is).

de redactie