Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Aan dhr mr B.E.M. Wientjes
Voorzitter VNO-NCW
Postbus 93002
2509 AA Den Haag
Wientjes@vno-ncw.nl

 

Rotterdam, 4 december 2013

 

Onderwerp: Samenwerkingsfora Israel en Palestina

 

Geachte heer Wientjes,

Op 8 en 9 december zult u de delegatie van het Nederlandse bedrijfsleven in het officiële Nederlandse bezoek aan Israel en de Palestijnse gebieden onder leiding van premier Rutte aanvoeren. Wij achten het daarbij van groot belang dat u  Nederlands grondwettelijke plicht om het internationaal recht te bevorderen, en Nederlands reputatie op dat vlak, daarbij hooghoudt. Concreet betekent dit dat uw leden zich dienen te onthouden van elke samenwerking met Israëlische bedrijven die op enigerlei wijze bijdragen aan Israëls nederzettingenpolitiek. Israëlische nederzettingen zijn gebouwd op grond die van de Palestijnse bevolking op de door Israel bezette Westelijke Jordaanoever is afgenomen, profiteren op onevenredige wijze van de natuurlijke hulpbronnen van deze bevolking, met name water, en vormen in juridisch, economisch en politiek opzicht bevoorrechte enclaves die deel zijn van een systeem dat de ene bevolkingsgroep op systematische en discriminerende wijze bevoordeelt ten koste van de andere.

Deze situatie is illegaal volgens internationaal recht. Zo verbiedt de 4e Conventie van Geneve elke vorm van kolonisatie van bezet gebied, worden de Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden in tal van VN-resoluties, waaronder resolutie 265 van de VN Veiligheidsraad, illegaal verklaard en heeft ook de EU alle overeenkomsten tussen de EU en de staat Israel ongeldig verklaard voor  wat betreft de door Israel bezette gebieden.

Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken heeft te kennen gegeven dat het staand beleid van het kabinet is om Nederlandse bedrijven te “ontmoedigen investeringen te doen of andere  activiteiten te ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden”. Ook “activiteiten die bijdragen aan de aanleg en instandhouding van nederzettingen of dat faciliteren” vallen hier volgens hem onder. Ons inziens is het noodzakelijk hierin consequent te zijn. Wij roepen Nederlandse bedrijven dan ook op zich te onthouden van enige samenwerking of  transacties met Israëlische bedrijven die de illegale Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golan Hoogvlakte op welke wijze dan ook ondersteunen of faciliteren.

Wij herinneren u graag aan uw principes van een open en eerlijke markteconomie waarvan niemand wordt uitgesloten, en waarbinnen niemand wordt benadeeld op grond van oneigenlijke en discriminerende criteria als afkomst en religie. Op grond daarvan roepen wij u met klem op uw eigen leden hieraan te herinneren, en de bovengenoemde instructie van de Minister van Buitenlandse Zaken om zich te onthouden van het doen van zaken met Israëlische nederzettingen, direct dan wel indirect, nauwgezet op te volgen.

We zullen uw beleid op dit vlak met grote belangstelling en nauwgezet volgen.

Met vriendelijke groet,
Benji de Levie

Voorzitter