Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

De komende dagen zal Shimon Peres, de president van Israël, een officieel bezoek aan Nederland brengen. Op het programma staan ondermeer een bezoek aan de koning, een toespraak voor de leden van de Eerste en Tweede Kamer, een bezoek aan de Portugees-Israëlietische Synagoge in Amsterdam en een optreden in het televisieprogramma College Tour. Peres zal daarbij proberen zijn imago van filosoof-staatsman en een pleitbezorger van de vrede te bevestigen. Mijn vrees is dat hij daartoe in de media alle ruimte zal krijgen, waarbij voorbij gegaan zal worden aan wie Peres eigenlijk is en waarvoor hij werkelijk staat.

Wanneer wij dezelfde maatstaven zouden hanteren als in het geval van menige andere leider in het Midden-Oosten, dan zou Peres een reeks  oorlogsmisdaden jegens Palestijnen en andere Arabieren aangerekend moeten worden. Zo is hij als toenmalig premier politiek direct verantwoordelijk geweest voor het bloedbad op 18 april 1996 in een VN-post in Qana in Zuid-Libanon, waarbij 106 burgers omkwamen. Een VN-onderzoek onder leiding van de Nederlandse generaal-majoor Frank van Kappen kwam destijds met voor Israël vernietigende conclusies.

Maar in de lange politieke carrière van Peres zijn er meer voorbeelden te noemen van begane oorlogsmisdaden. Zo was hij in 1956, samen met David Ben-Goerion en Moshe Dayan, een van de architecten van de aanvalsoorlog op Egypte, die tussen de 1500 en 3000 Egyptenaren, onder wie rond 1000 burgers, het leven heeft gekost. Daarbij ging het om een gezamenlijke operatie van Frankrijk, Groot-Brittannië en Israël, die elk zo hun motieven hadden om het bewind van Gamal Abdul Nasser ten val te brengen. De Israëlische delegatie had in het geheime overleg in Sèvres (nabij Parijs) bedongen dat op Egypte te veroveren grondgebied – de Sinaï Woestijn, de Gazastrook – door Israël geannexeerd zou worden. Slechts door ingrijpen van de toenmalige Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower is dat destijds voorkomen.

En dan is er de kwestie van de joodse nederzettingen op de in 1967 bezette Westelijke Jordaanoever en de nederzettingenbeweging, waarvan Peres door velen in Israël en daarbuiten als de geestelijk vader wordt gezien. Het vestigen van joodse Israëli’s in bezet gebied – inmiddels ruim een half miljoen personen – vormt een schending van de Vierde Conventie van Genève. In 2004 – 37 jaar na dato – is door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in een advies verklaard dat genoemde conventie  sinds 1967 op de Westelijke Jordaanoever van toepassing is geweest. Schending van de Vierde Conventie van Genève is een oorlogsmisdaad. De geestelijk vader van de nederzettingenbeweging lijkt de eerst aangewezene te zijn om daarvoor vervolgd te worden.
Tot zover in kort bestek wie Peres is. Maar waar staat hij eigenlijk voor? Graag presenteert hij zich als een pleitbezorger van de vrede, die met de Palestijnen (en de Arabieren in het algemeen) het beste voorheeft. Getoetst aan zijn standpunten omtrent de toekomst van de Westelijke Jordaanoever, blijkt dit toch wat anders te liggen.

Zoals een grote meerderheid van de joodse Israëli’s is Peres voorstander van de annexatie van tenminste de zes grote joodse nederzettingenblokken plus de bijbehorende infrastructuur (lees: voor het verzilveren van bijna 50 jaar kolonisatiepolitiek, in strijd met de Vierde Conventie van Genève). Daarbij zijn de plaatsen waar de joodse nederzettingen zijn gebouwd niet toevallig gekozen. Bij de keuze speelde behalve ideologische overwegingen (zoals in het geval van Oost-Jeruzalem), tevens het streven om vruchtbare grond en water in bezit te nemen.

Maar Peres zal zeggen dat elke vierkante meter van door Palestijnen af te staan grondgebied evenredig zal worden gecompenseerd. Volgens de plannen gaat het daarbij vooral om een strook woestijngrond in de Negev (Naqab) die sinds 1948 binnen Israëlische landsgrenzen valt. Vertaald naar Nederlandse verhoudingen zou dat betekenen, dat delen van de Randstad, waar zich het zwaartepunt van de Nederlandse economie en infrastructuur bevindt, uitgeruild worden tegen delen van Oost-Groningen, waar zoals bekend dat zwaartepunt zich niet bevindt. Annexatie van de nederzettingenblokken zal voorts de bestaande fragmentatie van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever bestendigen.

De Jordaanvallei zal volgens Peres ‘uit veiligheidsoverwegingen’ onder Israëlische controle moeten blijven. Daarbij speelt niet zozeer dat het hier om een buitengrens gaat, maar vooral om de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever gescheiden te houden van de omvangrijke Palestijnse bevolkingsgroep in Jordanië. Verdeel en heers is sinds jaar en dag een van de uitgangspunten van de politiek van Israël jegens de Palestijnen. Om diezelfde reden ziet men de Gazastrook graag van de Westelijke Jordaanoever naar Egypte afdrijven.

De Westelijke Jordaanoever zal volgens Peres gedemilitariseerd gebied moeten zijn en Israël zal de controle over het luchtruim moeten houden. Want, zo zal hij stellen, wij hebben onze lessen geleerd: in 2005 hebben wij de Gazastrook ontruimd en daarvoor ‘Hamas-raketten’ teruggekregen. In dat geval vergeet hij te vermelden dat Israël destijds weliswaar zijn kolonisten en militairen teruggetrokken heeft, maar het gebied sindsdien in een ijzeren greep heeft gehouden. Strikte controle over de buitengrenzen, het luchtruim en de territoriale wateren heeft Israel vervolgens in staat gesteld de 1,5 miljoen inwoners af te knijpen.

Enige vorm van rechtsherstel richting de Palestijnse vluchtelingen heeft Peres voorts niet te bieden en van de autochtone Palestijnse inwoners van Israël verlangt hij dat zij hun de facto status als tweederangs burgers aanvaarden door Israël te erkennen als Joodse Staat.

Voor Palestijnen zijn de standpunten van Peres – en hij zou daarop eens stevig doorgevraagd moeten worden – onaanvaardbaar en bieden geen ruimte voor een politieke uitweg. Wat blijft er, zo dient men zich daarom af te vragen, dan eigenlijk nog over van het imago van Peres als een pleitbezorger van de vrede?

Sterker nog, Peres zal zijn optredens aangrijpen om Nederland mee te krijgen in een offensieve politiek jegens Iran vanwege zijn nucleaire programma. Daarbij probeert hij het beeld aan de man te brengen dat van dit laatste voor Israël ‘een existentiële dreiging’ uitgaat. Daarmee wordt een korte termijn belang van Israël gediend, in zoverre het de aandacht van de onderdrukking van de Palestijnen afleidt. Inhoudelijk is het te belachelijk voor woorden: een nucleaire aanval van Iran op Israël dat over een omvangrijk kernwapenarsenaal beschikt, inclusief over met atoomwapens uitgeruste onderzeeërs, zal het einde van Iran betekenen. De leiders van de Islamitische Republiek Iran zouden bij een dergelijke aanval tevens riskeren de voor moslims derde (na Mekka en Medina) heilige plaats al-Quds (Jeruzalem) met de grond gelijk te maken. Het wordt allemaal nog grotesker wanneer men bedenkt dat het dreigbeeld wordt uitgedragen door de man die de grondlegger is van het kernwapenprogramma van Israël en daarmee atoomwapens in het Midden-Oosten heeft geïntroduceerd. Zoals bekend heeft Israël – anders dan Iran – steeds geweigerd het Non-Proliferatieverdrag te tekenen en weigert in het verlengde daarvan elke inspectie van zijn nucleaire industrie.

Het is de hoogste tijd dat wij ons door Peres niet langer knollen voor citroenen laten verkopen en hem afrekenen op waar hij voor staat.

 

Robert Soeterik is (co-)auteur van ondermeer De Verwoesting van Palestina (2008) en De Palestijnse Gebieden (2010)